Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9787.
6.3. Laatstbedoelde vaststelling berust op een uitlegging door het Hof van de brieven van 9 november 1993, 2 juni 1994 en 3 augustus 1994, genoemd in de onderdelen 2.4., 2.5. en 2.6. van de uitspraak in de zaak 36.663. Klaarblijkelijk heeft het Hof deze briefwisseling aldus opgevat, dat tussen belanghebbende en de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen welke onder meer inhoudt dat belanghebbende de RWZI in haar geheel zou beschouwen als niet behorend tot haar ondernemingsvermogen in de zin van de omzetbelasting, alsmede dat belanghebbende geen aanspraak zou maken op enige aftrek van voorbelasting welke haar ter zake van de RWZI in rekening is gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 47290 tot 47986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c | shasum -a 256