Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9787.

De uitlegging van voornoemde brieven behelst een oordeel dat feitelijk van aard is en niet onbegrijpelijk. Mede in aanmerking genomen dat - naar buiten geschil is - de RWZI ten minste mede is gebezigd voor activiteiten die belanghebbende anders dan als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 heeft verricht, geeft het oordeel van het Hof ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 48006 tot 48413.