Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9787.
6.5. Onderdeel 1.1. van de toelichting begrijp ik aldus dat het middel voorts opkomt tegen het oordeel van het Hof dat, daar belanghebbende ervan heeft afgezien de RWZI tot het ondernemingsvermogen te rekenen, de onderhavige levering door belanghebbende niet in het kader van zijn onderneming is verricht. Het middel klaagt dat dit oordeel niet begrijpelijk is, en verwijst daartoe naar het bepaalde in artikel 3, aanhef en onderdeel a, Uitv. besch. OB 1968 en naar het uitgangspunt van het Hof (in rechtsoverweging 5.3.1. in de zaak nr. 36.663) dat de RWZI in de zin van artikel 3, lid 1, onderdeel e, Wet OB 1968 is geleverd aan de Stichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 49185 tot 49843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c | shasum -a 256