Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9787.

"De (...) overweging van de Hoge Raad, betreffende de belastingplicht ter zake van op incidentele basis verrichte handelingen, vormt een essentieel onderdeel van het betoog van de Hoge Raad waarmee hij tot de conclusie komt dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van de omzetbelasting een invulling heeft gegeven aan het begrip 'bouwterrein'. Sinds de inwerkingtreding van de Wet OB 1968 biedt het daarin opgenomen art. 7, derde lid, aan de minister van Financiën de mogelijkheid om publiekrechtelijke lichamen die, anders dan als ondernemer, prestaties verrichten welke uit hun aard ook door ondernemers kunnen worden verricht, met betrekking tot die prestaties als ondernemer aan te merken. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74ec4c7d563e5c27b295de3fe58b26389c375a2ae37b24c097588f97c8cb6b0c, en de alinea staat in dat document op bytes 25499 tot 26215.