Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9837.

In het ontwerp van de Eerste evaluatiewet Awb wordt voorgesteld de onderdelen a tot en met c van het derde lid van art. 6:15 Awb te laten vervallen.(12) Hierdoor wordt het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan zonder meer bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift is ingediend. Dit lijdt alleen uitzondering als er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht. Deze verruiming acht de regering verantwoord omdat uit de praktijk blijkt dat het merendeel van de bezwaar- en beroepschriften bij het juiste orgaan wordt ingediend. Voor de veel kleinere restcategorie vindt zij het niet noodzakelijk om de strikte formulering van de gronden in art. 6:15, lid 3, Awb te handhaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c, en de alinea staat in dat document op bytes 16801 tot 17531.