Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9837.

3.5. Voor de beantwoording van de vraag of de brief van belanghebbende als beroepschrift tijdig bij het Hof is binnengekomen, is het volgende van belang. De brief is op 12 april 1994, dat is binnen de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen de uitspraak op het bezwaar, door de Inspecteur ontvangen. Nu zich niet een van de in artikel 6:15, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht geregelde gevallen voordoet, moet de brief geacht worden twee weken na binnenkomst bij de Inspecteur, dus op 26 april 1994, te zijn ingediend bij het Hof (HR 8 december 1999, [BNB 2000/38 en 39]). Ook met inachtneming van die regel is de termijn van artikel 6:7 van die wet overschreden indien de beroepstermijn overeenkomstig de hoofdregel van artikel 22a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 1994)(14) is aangevangen met ingang van de dag na die van de dagtekening van de onderhavige uitspraak. In verband met de in die bepaling gegeven uitzondering op de hoofdregel behoeft echter van overschrijding geen sprake te zijn indien de dag van dagtekening van de uitspraak is gelegen vóór de dag van de bekendmaking daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c, en de alinea staat in dat document op bytes 19259 tot 20405.