Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9837.

3.4. Maar het Hoofd heeft nog twee weken gewacht alvorens uitspraak te doen. In die periode is er - naar belanghebbende stelt - telefonisch overleg geweest tussen haar gemachtigde en (vertegenwoordigers van) het Hoofd en - wat belangrijker is - heeft de gemachtigde alsnog per faxbericht de gronden van het bezwaar aangevoerd. Het komt mij voor dat het bepaalde in art. 3:2 jo. art. 3:4 Awb in dat geval aan een niet-ontvankelijkverklaring in de weg staat. De hersteltermijn is niet van openbare orde of anderszins fataal, de wet dwingt niet tot een niet-ontvankelijkverklaring, de termijnoverschrijding is gering en het Hoofd is in de uitspraak op bezwaar ambtshalve ingegaan op de aangevoerde gronden. Er is dunkt mij geen enkele reden waarom het Hoofd hier niet gewoon inhoudelijk uitspraak op bezwaar zou hebben kunnen doen. Met de niet-ontvankelijkverklaring is mijns inziens geen redelijk belang gediend.(21) Integendeel, een dergelijke formalistische aanpak bezorgt de overheid een slechte naam bij de rechtzoekende burger. De rechter, het verwijzingshof dus, moet en kan daar wat aan doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f15f1fbc4cfde58c14999b2e384119bbbd773121939aae4fcc3f61d76540ed9c, en de alinea staat in dat document op bytes 27936 tot 29046.