Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
6.3 Het besluit dat de inzet van dit geding is lijkt op het eerste gezicht te illustreren hoezeer de redactie ervan de personele gevolgen kan buitensluiten op een wijze die niet spoort met hetgeen wèl in het besluit is opgenomen. Nu in het omstreden besluit is neergelegd dat de beslissing of de Rijksrecherche een onderzoek zal gaan verrichten aan de unithoofden is ontnomen (voor zover het gaat om 'doorsnee gevallen', waarin de tot dusverre geldende regeling hen mandaat verschafte die beslissing te nemen), valt niet zo heel goed in te zien wat er omtrent hun positie ten aanzien van die beslissing nog nader valt te regelen. Dat neemt niet weg dat het, gelet op de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen, in redelijkheid voorstelbaar is dat er omtrent de positie van de unithoofden nadere regels geformuleerd moeten worden, met name ten aanzien van de meer inhoudelijke en sturende wijze waarop zij in de door de Rijksrecherche te verrichten onderzoeken een rol moeten gaan vervullen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 62148 tot 63166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256