Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.

Daarom meen ik dat de Ondernemingskamer, door te oordelen dat het besluit "rechtstreeks gevolgen heeft voor de werkzaamheden van de unithoofden", en (reeds) daarom niet tot de in art. 46d, aanhef en onder b, WOR van het adviesrecht van de ondernemingsraad uitgezonderde onderwerpen valt, inderdaad hetzij een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, gelet op het in HR NJ 2000, 223 onder 3.5 overwogene, hetzij - indien hij het aldaar overwogene niet uit het oog heeft verloren - zijn oordeel in het licht van de door de Staat (het College) betrokken stellingen, ontoereikend heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 63829 tot 64430.