Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.

2.2 Dit oordeel wordt onbegrijpelijk genoemd, omdat het voorbij gaat aan de door de Staat (het College) naar voren gebrachte omstandigheden dat de beslissing tot het starten van een Rijksrecherche-onderzoek tot dusverre feitelijk niet door de unithoofden werd genomen maar door de hoofdofficieren van justitie (waarbij is verwezen naar een passage in bovenbedoeld rapport); dat in sommige (unitoverstijgende) zaken de bevoegdheid over de inzet van de Rijksrecherche te beslissen bij de directeur van de Rijksrecherche ligt, en dat het College van procureurs-generaal in iedere zaak de bevoegdheid tot beslissen ("gegeven het karakter van een mandaat") heeft behouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 13789 tot 14470.