Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
3.3 In de pleitaantekeningen is verwezen naar HR NJ 2000, 223, r.o. 3.4. Aldaar heeft de Hoge Raad nader uiteengezet onder welke omstandigheden gesproken zal kunnen worden van 'mede-ondernemerschap', doch tegen de achtergrond van een wezenlijk andere situatie dan zich thans voordoet. In dat eerder beoordeelde geval ging het om besluitvorming waarbij een provincie en diverse gemeenten betrokken waren. Aan zowel de provincie als aan de gemeenten komt naar luid van art. 2: 1, eerste lid, BW rechtspersoonlijkheid toe, hetgeen van belang is voor het ondernemerschap in de zin van art. 1, eerste lid, aanhef en onder d, WOR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 25278 tot 25915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256