Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
3.7 Hoe de taken en bevoegdheden ten aanzien van het beheer over de Rijksrecherche precies zijn verdeeld tussen de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal is uit de overgelegde stukken niet op te maken. Dat lijkt me ook niet van wezenlijk belang. Het Openbaar Ministerie en het College van procureurs-generaal dat daarvan (ondergeschikt aan de minister van Justitie) het hoogste gezag vormt zijn niet te onderscheiden van de rechtspersoonlijkheid die de Staat ingevolge art. 2: 1, eerste lid, BW toekomt. De minister van Justitie, het Openbaar Ministerie en het College van procureurs-generaal zijn organen van de Staat der Nederlanden. Organen van een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn voor de toepassing van de Wet op de ondernemingsraden niet (zelfstandig) als (mede-) ondernemer aan te merken, vgl L.C.J. Sprengers, De Wet op de ondernemingsraden bij de overheid, 1998 (diss.), par. 5.2.3.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 29888 tot 30821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256