Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
3.8 De Wet op de ondernemingsraden gaat uit van een andere wijze om de bevoegdheden van een ondernemingsraad bij een overheidsinstelling vast te stellen dan voormalige medezeggenschapsregelingen bij overheidsdiensten. Daarin was de bevoegdheid van een dienstcommissie verbonden aan de bevoegdheden van degene met wie de dienstcommissie overleg voerde. In de systematiek van de Wet op de ondernemingsraden is voor de bevoegdheden van de ondernemingsraad niet bepalend wie tot het nemen van een besluit bevoegd is, maar de inhoud van het (voorgenomen) besluit. Indien de bevoegdheid tot het nemen van het besluit berust bij een ander orgaan binnen de als ondernemer aan te merken entiteit dan de bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden, tast dit de bevoegdheden van de ondernemingsraad niet aan, vgl. Kamerstukken II, 1993/1994, 23 551, nr 3, p. 2, en Sprengers, op de zo-even aangehaalde plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 30841 tot 31764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256