Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.

3.11 Hieruit moet naar mijn inzicht voortvloeien dat ook de rechtsklacht in dit middelonderdeel geen doel kan treffen. Die luidt dat de Ondernemingskamer heeft miskend dat het enkele feit dat uitoefening van het aan het College van procureurs-generaal toebedeelde gezag over de Rijksrecherche gevolgen heeft voor de binnen die opsporingsinstelling verrichte werkzaamheden - mede omdat het te nemen besluit betrekking heeft op de wijze waarop buiten de Rijksrecherche liggende bevoegdheden zullen worden gehanteerd - niet doorslaggevend is voor het antwoord op de vraag of het College, door zijn gezag uit te oefenen, heeft gehandeld als mede-ondernemer in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 33651 tot 34362.