Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
4.3 Die verwijzing naar de omstandigheden van het geval lijkt te preluderen op de volgende klacht in dit middelonderdeel, dat de Ondernemingskamer niet het belang heeft onderkend van hetgeen door de Staat (het College) is aangevoerd met betrekking tot de door de art. 127 en 132 RO bepaalde verhouding tussen het College van procureurs-generaal en de minister van Justitie, en ten aanzien van de omstandigheid dat de minister aan (de voorzitter van) de Tweede Kamer heeft kenbaar gemaakt dat hij de hem door het College gedane voorstellen tot zijn eigen standpunt heeft gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 39486 tot 40078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256