Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.
4.11 De in dit middelonderdeel bestreden overwegingen laten zich aldus verstaan dat de Ondernemingskamer in het onderhavige geval grenzen aan het 'primaat van de politiek' heeft gesteld door te wijzen op de afstand tussen het bestuursorgaan dat in feite de onderneming beheerst en het vertegenwoordigend lichaam dat volgens de spelregels van ons democratisch bestel op de gang van zaken bij dat bestuursorgaan controle kan uitoefenen. Naarmate de afstand tussen het orgaan van de uitvoerende macht en het vertegenwoordigend lichaam groter wordt, is de democratische controle (en daarmee de politieke afweging van doelstellingen en belangen) vanzelfsprekend indirecter van aard. Uiteindelijk kan die afstand zó groot zijn dat de interactie tussen democratisch orgaan (in dit geval de Tweede Kamer der Staten-Generaal) en democratisch gecontroleerd orgaan (de minister van Justitie) niet daadwerkelijk van betekenis is geweest voor het omstreden besluit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 47810 tot 48776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04 | shasum -a 256