Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9856.

4.16 Dit voert mij tot het oordeel dat de in dit middelonderdeel bestreden overwegingen getuigen van een verkeerde rechtsopvatting. In de overweging dat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken die tot een ander oordeel zouden moeten voeren dan dat het door een bestuursorgaan voorgenomen besluit niet tot stand is gekomen 'als onderdeel van het politieke proces in (democratische) organen met (mede)wetgevende bevoegdheid' ligt besloten dat de Ondernemingskamer in dit verband geen belang heeft toegekend aan de - onbestreden - stelling van de Staat (het College) dat de minister van Justitie (de voorzitter van) de Tweede Kamer der Staten-Generaal ervan in kennis heeft gesteld dat hij de door het College van procureurs-generaal voorgestelde maatregelen tot (de belichaming van) zijn eigen standpunt had gemaakt. Dit lijkt mij een miskenning te zijn van de omstandigheid dat de minister de Tweede Kamer zodoende in staat heeft gesteld hem als politiek verantwoordelijke op de voorgestelde maatregelen aan te spreken, en dat daarom moet worden aangenomen dat het bestreden besluit is gaan berusten op door een democratisch orgaan gesanctioneerde doelstellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e68f06f19d4968cfb29083c3c561fb92cddf1f5442f89174186abd0b146a04, en de alinea staat in dat document op bytes 54082 tot 55273.