Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9880.

4.9 In casu heeft het Hof de feiten echter niet geduid, noch een inhoudelijk oordeel gegeven, maar de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd wegens het ontbreken van een motivering van het bezwaar. 's Hofs oordeel dat een motivering in de bezwaarfase wel mogelijk was, is mijns inziens juist, althans in cassatie onaantastbaar, maar dat neemt niet weg - en evenmin neemt het in 4.8 opgemerkte weg - dat de belanghebbende in beroep alsnog een motivering heeft verstrekt (zie 4.12). Het neemt evenmin weg dat de belanghebbende kon menen dat het haar strafzaak niet zou dienen indien zij in de belastingprocedure veel zou zeggen. Zolang de strafprocedure liep, wenste zij wellicht niet al te mededeelzaam te zijn met betrekking tot de boeteconstituerende factoren, waaronder de hoogte van de enkelvoudige belastingschuld. De strafprocedure liep tot twee weken (de termijn voor hoger beroep) na het veroordelende vonnis van de Rechtbank Alkmaar op 28 mei 1998. De belastingprocedure was toen in het stadium van repliek en dupliek en dus al ver voorbij het ontvankelijkheidspunt in bezwaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2, en de alinea staat in dat document op bytes 66264 tot 67362.