Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9880.

4.10 Een belanghebbende burger hoeft in een strafachtige procedure tegen hem in beginsel niet mee te werken. De Inspecteur beschuldigt en moet de grond voor zijn beschuldigingen aannemelijk maken als het, zoals in casu, om vergrijpboeten gaat (boeten met omschreven schuldverband).(23) Weliswaar blijft ook voor het boetedeel van het belastingproces de vrije bewijsleer gelden, inclusief de mogelijkheid van bewijslevering door niet-ontzenuwde vermoedens,(24) maar in casu is het in het geheel niet tot bewijslevering kunnen komen doordat het Hof de fair and public hearing inhoudelijk niet heeft doen aanvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2, en de alinea staat in dat document op bytes 67382 tot 68007.