Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9880.

2.3 In de nog niet door u afgedane zaken (nrs 34.992, 34.993, 34.996, 34.997 en 34.998) ben ik de wens gaan koesteren gehoord te worden over de vraag of art. 6 EVRM in de weg staat aan 's Hofs bevestiging van de niet-ontvankelijkverklaring van belanghebbendes bezwaarschriften wegens niet-motivering. Die bevestiging leidde effectief tot een blokkering van de toegang van de belanghebbende en haar aandeelhouder tot een inhoudelijke rechterlijke beoordeling van hun zaken, waarin (althans in vier waarvan) ten tijde van het instellen van de beroepen nog een boete in geding was. Ik zal hieronder alleen ingaan op de problematiek van art. 6 EVRM, dus wezenlijk slechts het eerste, het derde en het vierde middel van cassatie bespreken, en zijdelings het zesde. Ik zal voorts de onderhavige zaak (nr 34.992) als moederzaak gebruiken in die zin dat ik in de onderhavige zaak een uitputtende conclusie zal schrijven en in de andere zaken onder verwijzing naar deze conclusie nog slechts zal ingaan op de aspecten van die andere zaken waarin zij verschillen van de onderhavige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2, en de alinea staat in dat document op bytes 28441 tot 29526.