Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9880.
3.9 In de eerste plaats had de belanghebbende op de momenten van afwijzen van haar bezwaar en van instellen van beroep op de rechter ingevolge art. 6 EVRM het recht op toegang tot een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Art. 6 EVRM geldt ook voor rechtspersonen.(6) De situatie ten tijde van het instellen van beroep lijkt mij in beginsel bepalend voor de vraag of art. 6 EVRM van toepassing is, met name voor de vraag of aan dier eisen is voldaan op het punt van de toegang tot de fair and public hearing waarop iemand recht heeft die charged is with a criminal offence. Dit volgt mijns inziens ook uit de rechtspraak van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (ECieRM): indien in een belastinggeschil in een eerdere instantie wel een boete in geschil is, maar in een hogere instantie niet meer omdat de eerdere instantie de boete vernietigd heeft, is art. 6 EVRM wel van toepassing op de procedure voor de eerdere instantie, maar niet meer op de procedure voor de hogere instantie, aldus de ECieRM in de zaak Fichter tegen Frankrijk.(7) Baker(8) schrijft daarover:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2, en de alinea staat in dat document op bytes 36604 tot 37696.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d310b7260c1c07343d7209d82d825e47ce297b3a05494208c789443358b5e0b2 | shasum -a 256