Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9915.

Ten overvloede overweegt het hof dat iedere ruimere interpretatie van "weten" in de zin van artikel 126 ff van het Wetboek van Strafvordering, bijvoorbeeld wetenschap in de zin van (voldoende) aanwijzingen, tot de voor de opsporingspraktijk onaanvaardbare consequentie leidt dat opsporingsambtenaren verplicht zijn vermoedelijk verboden voorwerpen in beslag te nemen op het moment dat dat om tactische redenen ongewenst is en dat aldus criminele organisaties in onderzoek de mogelijkheid wordt geboden het onderzoek te manipuleren. Aldus zou geen sprake zijn van een adequate invulling van het artikel in de rechtspraktijk, zoals door de minister gehoopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 13338 tot 14006.