Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9915.

10. Het in de eerder genoemde motie door de Tweede Kamer uitgesproken verbod van doorlaten werd bij de behandeling van het voorstel van de Wet bijzondere opsporingsmethoden via een amendement uitgewerkt in art. 126ff Sv (Kamerstukken II 1998-1999, 25 403, nrs. 9 en 27). De minister van justitie had er overigens de voorkeur aan gegeven het verbod van doorlaten neer te leggen in een richtlijn zodat de opportuniteitsvrijheid van het openbaar ministerie in voorkomende gevallen kon worden behouden (Kamerstukken II 1998-1999, 25 403, nr. 6 (Verslag), blz. 1-2; Kamerstukken II 1998-1999, 25 403, nr. 7 (Nota naar aanleiding van het verslag), blz. 1-5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 18995 tot 19660.