Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9915.
23. Indien er minder sterke aanwijzingen zijn, is er geen reden de officier van justitie en onder zijn leiding opererende opsporingsambtenaren de mogelijkheid te onthouden om af te wegen of een doorzoeking een zodanige kans op het vinden van de bedoelde voorwerpen heeft, dat toepassing van dit dwangmiddel ten behoeve van het opsporingsonderzoek verantwoord is. Als in dat geval wordt geoordeeld dat de kans op succes te klein is en om die reden van een doorzoeking ter inbeslagneming wordt afgezien, is van het op de markt laten komen van voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen onder regie dan wel medeweten van de politie ook geen sprake. Slechts als vrijwel vaststaat dat doorzoeking tot het aantreffen van de bedoelde voorwerpen zal leiden mag daarvan in het belang van de volksgezondheid buiten de in de wet genoemde uitzondering niet worden afgezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0, en de alinea staat in dat document op bytes 29401 tot 30276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8ea7acfb4e6a0b3cbae5e3752bec7247f77ca4777e1777fb4442526c00eb4f0 | shasum -a 256