Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9946.
5. Uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding blijkt het navolgende: volgens de GBA was verzoeker ten tijde van het hoger beroep zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. In de appèlakte heeft verzoeker wel een adres opgegeven. Blijkens het proces-verbaal van 's hofs zitting dd. 7 juni 1999 is namens verzoeker om aanhouding verzocht, aangezien hij in België verbleef alwaar zijn vrouw die dag werd geopereerd. Verzoeker had hiertoe een faxbericht naar het kantoor van zijn raadsman verstuurd. Blijkens datzelfde proces-verbaal heeft het hof vervolgens het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde de verdachte in staat te stellen alsnog te verschijnen. Blijkens het proces-verbaal van de daaropvolgende zitting dd. 23 december 1999 is verzoeker echter wederom niet verschenen en is het verleende verstek gehandhaafd. Opgemerkt zij dat niet blijkt dat verzoeker voor die zitting is opgeroepen op het door hem in de appèlakte opgegeven adres. Over dit punt kan worden heengestapt omdat uit het faxbericht blijkt dat verzoeker op de hoogte was van de zittingsdatum, zodat hij niet in zijn belangen is geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7dc00c43a72541ea4355384756bf814017acc151884019d75cf98a6fab8d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7dc00c43a72541ea4355384756bf814017acc151884019d75cf98a6fab8d17, en de alinea staat in dat document op bytes 6236 tot 7398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf7dc00c43a72541ea4355384756bf814017acc151884019d75cf98a6fab8d17 | shasum -a 256