Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9964.
11. Ambtshalve wil ik - buiten het kader van de (on)begrijpelijke toepassing van het noodzaakcriterium van art. 315 Sv - aan het deels gegronde middel de vraag toevoegen of het hof gebruik mocht maken van de verklaring van een `close relative' tot bewijs. De verdediging heeft - uit de overweging dat verzoeken als de onderhavige vanwege de emotionele belasting voor jonge kinderen met de grootste voorzichtigheid en terughoudendheid moeten worden gedaan - niet gevraagd om een verhoor door de rechter, noch om een studioverhoor van het jonge kind ten overstaan van de verdachte of de verdediging. Met andere woorden: buiten aanwezigheid van verdachte en/of verdediging is een studioverhoor wel het allerminste voor de waarheidsvinding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 10233 tot 10983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2 | shasum -a 256