Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9964.

20. Uit geen van de processen-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch uit die in eerste aanleg blijkt dat de rapportage van De Man/Roording van 29 oktober 1991 aldaar is voorgelezen of dat de korte inhoud daarvan is meegedeeld. Het hof heeft dus door dit stuk niettemin in zijn strafmotivering ten nadele van verzoeker te betrekken gehandeld in strijd met het voorschrift van artikel 301, vijfde lid, Sv, dat op grond van art. 415 Sv op de procedure in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is. Dit leidt tot nietigheid van de door het hof gegeven beslissing ten aanzien van de aan verzoeker opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, tenzij verzoeker door deze omissie van het hof niet in zijn processuele belang is geschaad omdat uit de stukken van het geding blijkt dat verzoeker met de inhoud van het niet voorgelezen rapport bekend was (Corstens, handboek, 3e, 1999, blz. 573-574).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 15271 tot 16213.