Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9964.

21. Die uitzonderingssituatie doet zich hier naar mijn mening niet voor, nu uit de stukken van het geding van verzoekers bekendheid met het rapport niet blijkt. Gelet op de aard van het desbetreffende stuk (een eerdere rapportage omtrent verzoekers geestesgesteldheid en zijn gedrag, opgemaakt naar aanleiding van een door hem in het verleden gepleegd zedendelict) zou men wellicht kunnen volhouden dat verzoeker met de inhoud van deze stukken wel bekend moet zijn geweest, maar ook dat wil niet zeggen dat hij door het verzuim van het hof geenszins in zijn belang is geschaad. Zelfs zijn bekendheid met die stukken wil immers nog niet zeggen dat hij er ook van moest uitgaan dat het hof die in zijn oordeelsvorming zou betrekken. Het tweede middel acht ik in zoverre dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 951fd733eff4dfb35259eb0fac7fb771034a827b6b47aa0f8510c34219e8f7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 16233 tot 17026.