Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0055.

7. Het Hof heeft vastgesteld dat van een toezegging als hiervoor bedoeld geen sprake is geweest. Het Hof heeft daartoe overwogen dat door de officier van justitie aan verdachte geen sepotmededeling is gedaan. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg blijkt dat de officier van justitie heeft meegedeeld dat hem van het seponeren van de strafzaak, ook na raadpleging van het geautomatiseerde systeem van de justitiële documentatie, niets bekend is. Verder heeft de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep een memo overgelegd waarin - zakelijk weergegeven - wordt betoogd dat de vermelding in het uittreksel als een kennelijke vergissing moet worden beschouwd en waarin een verband wordt gesuggereerd tussen die vermelding en de (drie opeenvolgende JWF) nietige dagvaardingen die aanvankelijk in deze zaak in eerste aanleg zijn uitgebracht. Ik constateer dat de datum waarop de sepotbeslissing zou zijn genomen, is gelegen in de periode tussen de laatste nietigverklaring en de uiteindelijke zitting in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11a3eceb9597bd4be1d19baeed96418e89d1990890a44fd6307c9c8fa7350fc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11a3eceb9597bd4be1d19baeed96418e89d1990890a44fd6307c9c8fa7350fc5, en de alinea staat in dat document op bytes 6288 tot 7352.