Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0072.

7. Het oordeel van het hof omtrent de relevantie van de antwoorden die het heeft belet, behoefde mijns inziens ook geen nadere motivering dan is gegeven en is evenmin onbegrijpelijk. Aan dit oordeel heeft het hof kennelijk ten grondslag gelegd: a. de hierboven geciteerde opmerking van de oudste raadsheer, dat het door de verdediging overgelegde uittreksel uit het geboorteregister van Benin niet aantoont dat de getuige [betrokkene A] heeft gelogen, en b. het ontbreken van een verband tussen enerzijds het antwoord op de vraag of [betrokkene C] de natuurlijke moeder van [betrokkene A] is en anderzijds de betrouwbaarheid van hun verklaring omtrent verzoeker. Zelfs als waar zou zijn dat er met de afkomst van [betrokkene A] wordt gesmokkeld, hetgeen de getuigen verborgen zouden willen houden, betekent zulks niet dat de betrouwbaarheid van hun verklaring over een volstrekt andere en daar in het geheel niet mee samenhangende kwestie, automatisch ter discussie komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55ba1ef4bb473c075dfe0d746c298f387892267df003b27121cb10624d1de6bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55ba1ef4bb473c075dfe0d746c298f387892267df003b27121cb10624d1de6bd, en de alinea staat in dat document op bytes 7608 tot 8594.