Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0072.
8. Voorts kon het hof - anders dan waar het middel van uitgaat - ten tijde van het getuigenverhoor geen rekening houden met het betoog op dit punt in de pleitnotitie, nu deze pas na afloop van dat verhoor is voorgedragen en overgelegd. Deze zaak verschilt dus in die zin van de situatie in HR 13 januari 1998, NJ 1998, 464, waarop het middel zich beroept, dat er in die zaak wel een voor de hand liggend verband was tussen de niet-beantwoorde vraag en de betrouwbaarheid van de getuige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/55ba1ef4bb473c075dfe0d746c298f387892267df003b27121cb10624d1de6bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 55ba1ef4bb473c075dfe0d746c298f387892267df003b27121cb10624d1de6bd, en de alinea staat in dat document op bytes 8614 tot 9115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/55ba1ef4bb473c075dfe0d746c298f387892267df003b27121cb10624d1de6bd | shasum -a 256