Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2002
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0155.
12 Blijkens het in noot 8 geciteerde heeft de wetgever zich immers bij de regeling van het BW aangesloten. Vgl. ook de memorie van toelichting bij art. 75, derde lid, Wet bodembescherming (Tweede Kamer, 1989-1990, nr. 3, blz. 58), waar wordt gesteld dat de actie uit ongerechtvaardigde verrijking staat naast de verhaalsmogelijkheden op grond van onrechtmatige daad; het standpunt van de Minister van VROM in Tweede Kamer in de Notitie "Ongerechtvaardigde verrijking in verband met bodemsanering", 1993-1994, 22 727, nr. 11, onder 1; G.A. van der Veen, Bodemsanering en ongerechtvaardigde verrijking, Bouwrecht 1995, p. 813 e.v.; Uniken Venema, Handboek milieuaansprakelijkheid, D1250-10 e.v.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88cb1f5f021477e7e326748081cf74d1a221070e612ba1a97002e3079aaf5455. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88cb1f5f021477e7e326748081cf74d1a221070e612ba1a97002e3079aaf5455, en de alinea staat in dat document op bytes 19346 tot 20052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88cb1f5f021477e7e326748081cf74d1a221070e612ba1a97002e3079aaf5455 | shasum -a 256