Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0287.
2.2.2.2 "In het bestaande systeem brengt het omzetten in een rechtens afdwingbare verplichting van een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud van een persoon welke niet behoort tot de naaste verwanten van de verstrekker - te denken valt aan de aan alimentatie verwante verzorgingsuitkeringen welke worden overeengekomen in verband met de beëindiging van niet-huwelijkse samenlevingsvormen - met zich, dat de uitkeringen als persoonlijke verplichting aftrekbaar zijn. Deze aftrekmogelijkheid, welke volledig past in een belastingheffing naar draagkracht, dient naar mijn mening te worden gehandhaafd. Daarom is een bepaling (art. 45, eerste lid, letter c (TG: nader gewijzigd in letter d)) opgenomen welke inhoudt, dat als persoonlijke verplichting in aanmerking komen termijnen van lijfrenten en andere
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 9470 tot 10316.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e | shasum -a 256