Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0287.

2.2.2.3 "Artikel 45, eerste lid, letter c (TG: nader gewijzigd in letter d), van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 behelst de regeling met betrekking tot termijnen enz. die hun grond vinden in een natuurlijke verbintenis tot voorziening in het levensonderhoud van andere personen dan de naaste familieleden. (...). De verwijzing naar artikel 25, eerste lid, letter g, bewerkstelligt dat de natuurlijke verbintenis moet worden omgezet in een rechtens afdwingbare verplichting, wil er sprake zijn van aftrekbaarheid van termijnen enz., aangezien dat artikel vereist dat het in rechte vorderbare termijnen betreft. De omschrijving van de natuurlijke verbintenis als "dringende morele verplichting" is ontleend aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek (boek 6, artikel 3, tweede lid, letter b)." (Kamerstukken II 1980/81, 16 787, nrs. 1-3, blz. 22).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 10841 tot 11695.