Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0287.
het huishouden van de schuldenaar behorende persoon. Ook gaat het in beide gevallen om periodieke uitkeringen waarvan de ontstaansgrond in feite is onttrokken aan de wilsuitoefening van de schuldenaar, zij het dat het in het ene geval gaat om een dringende morele verplichting en in het andere geval om een door het familierecht opgelegde verplichting. Ik acht beide bepalingen in het wetsvoorstel wezenlijk voor een draagkrachtbelasting als de inkomstenbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 13067 tot 13544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e | shasum -a 256