Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0287.

"Het woordgebruik (dringende morele verplichting) zelf suggereert ruimte voor een meer ruime uitleg, maar ook de opmerking dat "door zo'n ruime omschrijving" tot redelijke wetstoepassing kan worden gekomen indien de maatschappelijke opvattingen over de inhoud van het begrip dringende morele verplichting zich in de toekomst zouden wijzigen wijst op enige verruiming. Deze toets geeft grond voor een ruime, althans eigenaardige uitleg aan het begrip dringende morele verplichting, die zou kunnen afwijken van de civielrechtelijke uitleg van het begrip natuurlijke verbintenis. Ook de koppeling ter bepaling van de omvang van het begrip levensonderhoud aan art. 46 Wet IB is hiervoor een aanwijzing. Voorts breng ik de strekking van art. 45, lid 1 aanhef en onder d in herinnering. Met de bepaling "... wordt beoogd aftrekbare inkomensoverdrachten af te bakenen ten opzichte van andere - niet aftrekbare - periodieke uitkeringen die als inkomensbesteding zijn te beschouwen", terwijl deze "... wezenlijk (is) voor een draagkrachtbelasting als de inkomstenbelasting".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 15864 tot 16944.