Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0287.
4.1 Kan een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud alleen ontstaan in verband met (de beëindiging van) een niet-huwelijkse samenleving of kan deze ook voortvloeien uit een zogenoemde LAT-relatie, waarbij de ex-partners niet hebben samengewoond? Hier kan onmiddellijk de vraag worden toegevoegd of het einde van een relatie een voorwaarde is voor het ontstaan van een verplichting als voormeld. In de onderhavige casus is namelijk niet duidelijk of de derde relatie - met de in Frankrijk wonende vrouw - geëindigd is of niet. Deze laatste vraag is van belang voor de LAT-relatie, omdat bij niet-huwelijkse relaties met samenleving een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd, waarin de partners elkaar van het nodige voorzien op een vergelijkbare wijze als in een huwelijk. Het einde van de samenleving is dan het moment waarop een eventuele voorziening in het levensonderhoud van een ex-partner aan de orde komt. Bij de LAT-relatie kan, zoals hierna wordt betoogd, dat moment ook staande de relatie aanbreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 24340 tot 25400.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d64f8aa9fe602bf67063b6b1a0ecf738aa98844299ba91340062aae2c9d0b5e | shasum -a 256