Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.
Indien op het tijdstip dat een vervolging wordt aangevangen voor derden kenbaar is (bijvoorbeeld door publicatie in het handelsregister) dat een rechtspersoon of een voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit ontbonden is, moet het recht tot strafvordering tegen die rechtspersoon of die entiteit als vervallen worden beschouwd, onverminderd de bevoegdheid van het openbaar ministerie om ter zake van een door die rechtspersoon of voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit begaan strafbaar feit een vervolging in te stellen tegen hen die tot dat feit opdracht hebben gegeven of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 13436 tot 14135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0 | shasum -a 256