Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.
11. Het aan art. 2:6, eerste lid, BW ten grondslag liggende beginsel, waarbij in HR NJ 1994, 408 aansluiting is gezocht, is het beginsel dat derden moeten kunnen afgaan op de juistheid van gegevens die zijn vermeld in registraties, ingesteld op grond van wettelijk voorschrift en bestemd om derden te informeren omdat het bestaan van, en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van, rechtspersonen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 16257 tot 16666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0 | shasum -a 256