Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.
14. Men zou de in HR NJ 1994, 408 gekozen woorden aldus kunnen verstaan dat het, indien de aard en verschijningsvorm van de onderneming meebrengen dat er geen verplichting is het staken van de onderneming of de ontbinding van de rechtsvorm waarin de onderneming werd gedreven in het Handelsregister bekend te maken, desalniettemin op de weg van de belanghebbenden ligt om derden, waaronder het Openbaar Ministerie indien die belanghebbenden zich ervan bewust kunnen zijn dat een vervolging van de ontbonden rechtspersoon of entiteit dreigt, van de ontbinding op de hoogte te stellen. In deze benadering is het Openbaar Ministerie in de vervolging van een ontbonden rechtspersoon of entiteit ontvankelijk (omdat die geacht wordt in staat van vereffening te verkeren en in zoverre nog voort te bestaan) zolang belanghebbenden niet eigener beweging en op toereikende wijze de mededeling hebben gedaan die in het Handelsregister niet openbaar gemaakt behoeft te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 17924 tot 18902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0 | shasum -a 256