Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.

15. Daartegenover zou men ervan uit kunnen gaan dat het, in ieder geval in de specifieke context van het instellen van een strafvervolging, en met het oog op de positie die het Openbaar Ministerie in dat verband ten opzichte van de rechtspersoon of entiteit inneemt, op de weg van het Openbaar Ministerie kan liggen om, alvorens de vervolging in te stellen, te verifiëren of de rechtspersoon of entiteit nog voortbestaat, of ten minste geacht kan worden ter vereffening van vermogen voort te bestaan, indien raapleging van het Handelsregister daaromtrent geen uitsluitsel kan geven maar het Openbaar Ministerie ervan op de hoogte kan zijn dat de ontbinding van de rechtspersoon of entiteit werd overwogen of voorbereid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 18922 tot 19656.