Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.

16. De laatste benadering heeft het Hof gekozen. Op het eerste gezicht lijkt mij dat niet strijdig met het in HR NJ 1994, 408 overwogene. Bedacht dient te worden dat de aansluiting bij het in art. 2:6 BW naar voren komend beginsel (dat in de Handelsregisterwet 1996 nadere uitwerking heeft gevonden) een beperking kent. Dat beginsel, art. 2:6 BW en het in de Handelsregisterwet 1996 bepaalde strekken tot bescherming van derden voor wie het van belang is vast te stellen of een rechtspersoon, een personenvennootschap of een in een bepaalde rechtsvorm gedreven onderneming wel bestaat, en wie er bevoegd zijn (voor zover het om een rechtspersoon gaat: namens die rechtspersoon) verbintenissen aan te gaan. Kort gezegd: crediteuren of degenen die overwegen dat te worden. Het Openbaar Ministerie kan, dunkt mij, niet zonder meer met zulke derden op één lijn gesteld worden. Als het op executie van een eenmaal opgelegde sanctie aankomt is het Openbaar Ministerie als een soort crediteur aan te merken. In het vervolgingsstadium gaat het er evenwel niet alleen om dat het Openbaar Ministerie kan vaststellen of er een partij is op wier vermogen verhaal gezocht zal kunnen worden. Het gaat er dan ook, en vooral, om dat wordt vastgesteld of het samenhangend geheel - rechtspersoon of daaraan in art. 51 Sr gelijkgestelde entiteit - nog vatbaar is voor het door de strafrechter tot uitdrukking te brengen verwijt ter zake van de strafbare feiten die eerder zouden zijn voorgevallen. De vraag naar verhaalsmogelijkheden is vermengd met de vraag naar de zin van het doen terechtstaan. Een onderzoeksplicht zoals het Hof die in dit geval heeft aangenomen is daarmee in beginsel te verenigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 19676 tot 21376.