Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0553.

20. Voor zover het gaat om een onderneming die niet vatbaar is voor inschrijving in het Handelsregister dient daarbij ook het volgende nog te worden bedacht. Zo veel mogelijk moet worden voorkomen dat een doeltreffende strafrechtelijke handhaving wordt belemmerd door rechtspersonen of daaraan in het strafrecht gelijkgestelde rechtsvormen te gebruiken voor strafbaar gedrag, en op te heffen zodra vervolging dreigt. Ten aanzien van entiteiten en (daaraan verbonden) ondernemingen waaromtrent geen opgave in het Handelsregister kan worden gedaan valt niet in te zien hoe het Openbaar Ministerie op andere wijze dan direct betrokkenen daarnaar te vragen zou kunnen nagaan of inmiddels volledig uitvoering is gegeven aan een eerder geuit voornemen tot opheffing. Het stellen van die vragen vestigt onvermijdelijk de aandacht op de mogelijkheid een strafvervolging te verijdelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa9b86e7dc98edf03eb7856732a349276815e4ad11e15d6ee58d132c37a6a0, en de alinea staat in dat document op bytes 24825 tot 25715.