Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0629.
De gestelde termijn van inzending is naar het voorlopig oordeel van het hof te zien als een termijn waarbinnen de Staat wenste te weten of de aangeschreven varkenshouders al dan niet instemde met de voorlopige maatregel. Wanneer een varkenshouder geen gebruik maakte van de geboden mogelijkheid om een verklaring van geen bezwaar in te dienen (m.a.w. te kennen gaf af te zien van de werking van het vonnis ten opzichte van hem), wist de Staat - na verstrijken van de termijn - dat de betreffende varkenshouder wenste dat het vonnis tegen de Staat zou worden gehandhaafd. Niet valt in te zien dat de Staat aldus onzorgvuldig heeft gehandeld. Evenmin is onzorgvuldig te achten dat de Staat zich het recht voorbehield aan de varkenshouders die hem aan het vonnis wilde houden, zulks in een later stadium tegen te werpen. Er mag immers van worden uitgegaan dat degene die een (kort-geding)vonnis wenst uit te voeren of uitgevoerd wenst te zien weet althans behoort te weten, dat hij zijn handelen baseert op een voorlopige maatregel, zodat de door zijn handelen veroorzaakte schade, indien deze maatregel al in de bodemprocedure geen stand houdt, in beginsel als door zijn schuld veroorzaakt heeft te gelden."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96550c499bf64bbe69b360d24417e0582587d193a7179809e7ddd70852cd8e51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96550c499bf64bbe69b360d24417e0582587d193a7179809e7ddd70852cd8e51, en de alinea staat in dat document op bytes 24128 tot 25346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96550c499bf64bbe69b360d24417e0582587d193a7179809e7ddd70852cd8e51 | shasum -a 256