Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0632.

17. Ook subonderdeel 2.3 is naar mijn oordeel tevergeefs voorgesteld. Nog daargelaten dat de Rechtbank - onbestreden in cassatie - heeft geoordeeld dat [verweerster] niet kan worden aangemerkt als schepeling werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst met de zeewerkgever, miskent het subonderdeel dat toepassing van het recht van de vlaggestaat op arbeidsovereenkomsten met schepelingen een (niet onomstreden) hulpregel is bij toepassing van de lex loci laboris in gevallen waarin de schepeling zijn arbeid op volle zee en in telkens wisselende landen pleegt te verrichten. Vgl. R.I.V.F. Bertrams en F.J.A. van der Velden, Overeenkomsten in het internationale privaatrecht en het Weens Koopverdrag, 2e dr. 1999, blz. 145/146. Zie ook Kluwers Verbintenissenrecht, losbl., III, Art. 6 EVO, aant. 5.2 (A.P.M.J. Vonken). Daarvan was ten aanzien van [verweerster] in de bedoelde periode geen sprake. Zij verrichte haar arbeid in bedoelde periode op Nederlands grondgebied. De Rechtbank heeft derhalve terecht de door het middel bedoelde hulpregel buiten toepassing gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac5d45d24584d4f298a9c98a506e0ac123897af2e9e9443a01c2e37e131d4a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac5d45d24584d4f298a9c98a506e0ac123897af2e9e9443a01c2e37e131d4a97, en de alinea staat in dat document op bytes 22897 tot 23975.