Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0645.

1.5. De chauffeur heeft tegen de beslissing in conventie en de kostenveroordeling hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Utrecht. Bij vonnis van 5 april 2000 heeft de rechtbank het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, zij het op geheel andere gronden. De rechtbank achtte de vordering niet verjaard wegens stuiting. Vervolgens heeft de rechtbank het primaire verweer behandeld, welk verweer inhield dat de chauffeur niet-ontvankelijk is in zijn vordering omdat hij - na zich in de procedure ex art. 116 (oud) Rv op het standpunt te hebben gesteld dat het hem gegeven ontslag op staande voet nietig was en nadat de werkgeefster een beschikking tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst had verkregen - niet langer een vordering kan instellen op grond van onregelmatig resp. kennelijk onredelijk ontslag. De rechtbank heeft dit verweer gevolgd. Zij overwoog in rov. 4.5-4.7:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79, en de alinea staat in dat document op bytes 9076 tot 9969.