Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0645.

C. Een vordering van de werknemer tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst (al of niet met inachtneming van de voor de beëindiging geldende bepalingen): art. 7:681 BW. Ook hier is het uitgangspunt dat de arbeidsovereenkomst door de opzegging is beëindigd. De rechter kan ter compensatie van de kennelijk onredelijke handelwijze van de werkgever aan de werknemer een vergoeding toekennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79, en de alinea staat in dat document op bytes 13378 tot 13829.