Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0645.

2.3. De vorderingen onder B en C kunnen naast elkaar worden ingesteld. Een vordering als bedoeld onder A kan niet tegelijk worden ingesteld met een vordering als bedoeld onder B of C. Vordering A veronderstelt immers dat de dienstbetrekking gewoon doorloopt (het ontslag is nietig). Een vordering als bedoeld onder B of C veronderstelt dat de arbeidsovereenkomst door het ontslag is beëindigd. Wanneer een op staande voet ontslagen werknemer het niet eens is met de door de werkgever opgegeven dringende reden, heeft de werknemer de keuze tussen het inroepen van de nietigheid van het ontslag (vordering A) of het instellen van een vordering als bedoeld onder B en/of C(7). Deze keuzevrijheid is verklaarbaar: het ontbreken van de vereiste toestemming van de R.D.A. leidt eerst tot nietigheid van het ontslag wanneer de werknemer op de nietigheid een beroep doet (art. 9 B.B.A. 1945; vgl. art. 3:40 lid 2 BW). De werknemer kan van zijn bevoegdheid tot het inroepen van de nietigheid van het ontslag afstand doen (men spreekt van: in het ontslag berusten). Voor zo'n afstand is een duidelijke en ondubbelzinnige daartoe strekkende verklaring nodig(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79, en de alinea staat in dat document op bytes 13867 tot 15031.