Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0645.

2.12. In HR 5 maart 1999, NJ 1999, 644 m.nt. PAS, ging het om een cumulatie van de ontbindingsvergoeding en een vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie. In dat geval was de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer ontbonden door de kantonrechter, onder toekenning van een vergoeding van f 114.000,-. De werknemer, ontevreden over dat bedrag, vorderde in een volgende procedure schadevergoeding op grond van de stelling dat de werkgever in strijd had gehandeld met de eisen van een goed werkgeverschap (art. 7A:1638z (oud) BW, thans art. 7:611 BW). De Hoge Raad oordeelde een dergelijke vordering niet mogelijk, onder verwijzing naar het arrest van 24 oktober 1997(15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79, en de alinea staat in dat document op bytes 25455 tot 26155.