Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0645.
2.13. Beide uitspraken van de Hoge Raad betroffen gevallen waarin de arbeidsovereenkomst was geëindigd door de ontbinding door de kantonrechter. In zulke gevallen ligt voor de hand dat van een vordering als bedoeld onder B en/of C geen sprake kan zijn: de toetsing ten aanzien van de onregelmatigheid of kennelijke onredelijkheid betreft immers de opzegging door één der partijen, niet de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de rechter. In het onderhavige geval staat sedert de intrekking van het beroep op de nietigheid van het ontslag vast dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door de (voorwaardelijk gegeven) ontbindingsbeschikking, maar door het op 23 december 1997 gegeven ontslag. De regel, zoals neergelegd in de beide aangehaalde uitspraken van de Hoge Raad, mist in dit geval toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79, en de alinea staat in dat document op bytes 26175 tot 27005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d47f4701190582efa35e12b2d5c195e127d3cf97e5e2b3d3ee991b1c038dc79 | shasum -a 256